Jong in Brussel: gedoemd tot werkloosheid of toekomst van een nieuwe stad?
Ik wil een Brussel waar er geen sprake is van een keuze voor werkloosheid.
Ik wil een Brussel waar werkloosheid als een uitdaging wordt gezien en niet als ‘pech’, waar verder niets aan te doen is. Al te vaak worden scholieren in deze stad opgebracht met een beeld dat werkloosheid best acceptabel is. De uitkering is wel een recht, maar niet het soort recht waar verder niets tegenover staat. 
Als leerkracht werd ik geconfronteerd met veel jongeren die hun toekomst maar somber inschatten. Toen ik een scholier van 15, uit het derde jaar metaal vroeg wat hij later wilde worden, kwam er niet meer uit dan: “chommage”. Hoe triest is het als dat je toekomstbeeld is?
We moeten dus sterk inzetten op degelijk secundair onderwijs in Brussel. Met veel aandacht voor taal, maar met misschien nog meer aandacht voor een mentaliteit dat onderwijs kansen biedt. Scholen moeten die opleidingen aanbieden waar jongeren, vaak van allochtone afkomst, stevig mee in hun schoenen staan. 
Naast kiezen voor onderwijs, is ook de activering van werklozen cruciaal. Actiris (de Brusselse werkgelegenheidsdienst) slaagt er niet in om werklozen voldoende te begeleiden. Het aantal persoonlijke begeleiders ligt veel te laag. Veel geld wordt verspild aan financiering van jobs (de zogenaamde GESCO’s) bij tal van vzw’s. Deze doen misschien wel goed werk, maar centen voor activering moeten gebruikt worden voor activering. Niet voor onzekere statuten allerhande. 
Brussel moet het Contract voor Beroepstraject verplicht maken. Iedere werkloze moet een contract afsluiten met Actiris voor het aangaan van een traject op maat. De werkloze moet opleidingen volgen, kort op de man begeleid worden in de zoektocht naar een job én beoordeeld worden op de inspanningen die hij of zij levert. Ik ga niet uit van ‘de luie werkloze’, ik ga helaas wel uit van ‘de luie arbeidsbemiddeling’. Er wordt vaak goed werk geleverd, maar de algemene tendens is nog steeds: je hebt pech, je bent werkloos, we gaan je gewoon geld geven.
Ook moet Brussel nog steeds afstappen van het idee dat Brusselse werklozen best in Brussel blijven. Het is zo dat Brussel de grootste arbeidspool is van België. Echter, het is geen schande om als Brusselaar in de rand te gaan werken. Veel inwoners uit de rand werken ten slotte ook in Brussel. Nog meer inzetten op uitwisseling van gegevens tussen Actiris en de VDAB is dus de sleutel, samen met het degelijk uitwerken van het gewestelijk expressnet.
De secundaire gevolgen van werkloosheid zijn niet te onderschatten. Werkloosheid is geen individuele kwestie, het beïnvloedt het leven van elke Brusselaar. Wie werkloos is, voelt zich minder goed in zijn vel, heeft een lager zelfbeeld. Met alle gevolgen vandien. Wie het maar wat laat hangen, belandt sneller in de criminaliteit, neemt het niet altijd zo nauw met de openbare netheid, werkt al eens in het zwart.
|